Source

Niets is zo fijn om na een lange dag lekker in bed te kruipen. Het liefste met schone lakens en een nieuw dekbedovertrek en natuurlijk gladgeschoren benen. Wat is het dan heerlijk om onder de warme deken te liggen en mijn hoofd te laten rusten op het zachte kussen. Het liefste luister ik dan naar de regendruppels die tegen mijn raam op waaien, maar daar moet het natuurlijk eerst voor regenen. Al snel voel ik mezelf helemaal zen worden, worden mijn oogleden zwaar en voor ik het weet ben ik vertrokken naar dromenland. Nou ja, eigenlijk niet echt want ik val altijd langzaam in slaap. Maar dat terzijde.

Of ik charmant slaap, weet ik niet. Maar één ding is zeker: ik geniet. Hoewel ik dat natuurlijk niet bewust meemaak. Maar dan.. Dan wordt mijn moment van totale verzadiging abrupt gestoord. Het mooie Londen en de mooie mannen in mijn droom veranderen naar schimmen en zijn vervolgens nergens meer te bekennen. Ik ben wakker maar ik houd mijn ogen dicht. Ik wil terug naar mijn droom, terug naar mijn totale rust. Maar iets in mijn onderbuik zegt mij dat ik dat beter niet kan doen. In de letterlijke zin in dit geval. Want ik moet plassen. Heel. Erg. Plassen.

Ik ga het mentale gevecht met mijn blaas aan en gooi alles in de strijd om ervan te winnen. Ik denk aan de warmte onder de dekens en weeg dat af tegen de kou in de badkamer. Daar wil ik nu toch niet naar toe? Maar mijn blaas geeft niet op. Ik zit ondertussen in de ontkenningsfase. Ik probeer mezelf wijs te maken dat ik helemaal niet hoef te plassen. “Ga maar gewoon weer slapen,” zeg ik tegen mezelf. “Haha, dacht het niet,” antwoord mijn blaas terug. Potverdorie, ik geef bijna toe. Ik voel het. Maar ik wil het niet. En waar een wil is, is een weg.

Helaas realiseer ik dat deze weg leidt naar het toilet. Ik moet op dit moment echt ontzettend nodig en geef mezelf nog even een peptalk voordat ik mijn bed daadwerkelijk ga verlaten. Ik gooi de dekens van mij af, haal de deur van het slot en sprint de badkamer in terwijl ik mijn broek al laat zakken. Als een koningin neem ik plaats op mijn troon, slaak een zucht en besef dat ik dan pas echt het ultieme euforische moment heb bereikt. Want eerlijk is eerlijk: niets kan tippen aan het moment dat je hoge nood hebt en uiteindelijk kan plassen. Dat opgeluchte en bevrijde gevoel is bijna verslavend.

En na drie minuten in extase te zijn geweest, slapen mijn blaas en ik weer als een roos.

Share: