Ik ben jaloers op de sterren van The Hills omdat ze een garderobe hebben waar ik u tegen zeg. Ik ben jaloers op Lauren Verster omdat ze een tv-programma maakt dat ik graag wil presenteren. Ik ben jaloers op Valerio Zeno omdat hij servies kapot heeft gemaakt in een winkel en ik dat ook zo graag zou willen doen. Ik ben jaloers op iedereen die een mopshond heeft omdat ik er simpelweg geen heb. Ik ben jaloers op Shakira omdat zij in mijn ogen het perfecte vrouwen lichaam heeft. Ik ben jaloers op Gill, de vriendin van James Morrison, omdat zij met hem samenleeft. Ik ben jaloers op Christal Rock omdat zij een witte Range Rover heeft gekregen voor haar zestiende verjaardag en ik “maar” een brommer kreeg.

Maar het meeste benijd ik jonge kinderen. Jonge kinderen die zich kunnen verkleden als prinses of cowboy en in dat outfit naar het speelpleintje gaan zonder raar te worden aangekeken. Jonge kinderen die nog steeds in Sinterklaas geloven en er heilig van overuigd zijn dat de zwarte pieten door de schoorstenen cadeaus komen brengen. Jonge kinderen die blij kunnen worden van tikkertje of verstoppertje spelen in de warme zon. Jonge kinderen die worden voorgelezen door papa en/of mama voor het slapen gaan en nadien lekker worden ingestopt. Jonge kinderen die hun ogen uitkijken in de Bart Smit of Intertoy’s en urenlang kunnen zeuren om een barbie of speelgoedauto.

God ja, de Bart Smit. Daar wist ik mij vroeger uren te vermaken. Als ik met papa en mama de stad in ging, ging ik alleen mee voor de Bart Smit. De Intertoys of Toys’R’Us was natuurlijk ook goed. Ik liep meteen naar de barbie-afdeling en ik keek mijn ogen uit. Prinsessen, prinsen, baby’s en tieners: je had ze allemaal. En ik wilde ze allemaal. Smekend keek ik mijn pappie en mammie aan in de hoop met een nieuwe barbie de winkel uit te lopen. Maar ik was ook tevreden met een stuiterbal, een zakje knikkers of een jojo. En als ik dan eenmaal iets had gekregen, leek het alsof ik de koning van de wereld was.

Ja, ik ben jaloers op jonge kinderen. Ik zou zo graag nog een keer écht kind willen zijn. Vriendjes en vriendinnetjes maken in de zandbak, praten in een eigen taal en elkaar toch kunnen begrijpen. Naar school gaan voor je plezier en niet omdat het moet. Dromen dat je later dolfijnentrainster of prinses wordt en ervan overtuigd zijn dat papa en mama altijd blijven leven. Nog niet echt geconfronteerd worden met de “echte” dingen in het leven.

“I could dream more then. I could believed more then. That the world would only get better. I could be free more then. I could prentend more then. That this life could only show me good times. Once when I was little.”

Gewoon weer onbezorgd door het leven gaan..

Share: